www.huisdieren.nu


Toelichting ‘Bestuursrechtelijk toezicht op de naleving van de Wet dieren’
In het Besluit aanwijzing toezichthouders Wet dieren is vastgelegd wie de toezichthouders voor de Wet dieren zijn. Voor zover het de positieflijst betreft zijn dit:
de ambtenaren van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit; de ambtenaren van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland; de ambtenaren van de rijksbelastingdienst, bevoegd inzake de douane, de ambtenaren van de politie de inspecteurs van de stichting Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming, ten hoogste vier daartoe door het College van Burgemeester en Wethouders van de
gemeente Capelle aan den IJssel aangewezen ambtenaren van die gemeente, voor zover het betreft het toezicht op de naleving van artikel 2.1, eerste en zesde lid, van de Wet dieren, met uitzondering van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 8.2 van de Wet dieren, voor een periode tot en met 15 februari 2016.
Voordat een toezichthouder de aan hem toegekende bevoegdheden mag uitoefenen, dat wil zeggen bij iemand kan gaan controleren, moet hij zich eerst legitimeren. Verder moet hij aangeven waarom hij van zijn toezichthoudende bevoegdheid gebruik maakt. Ook mag hij niet meer eisen dan redelijkerwijs nodig is om op een goede manier de controle uit te oefenen.
Wat de toezichthouder mag is grotendeels geregeld in de Algemene wet bestuursrecht maar uitgebreid in en bij de Wet dieren. De belangrijkste bevoegdheden bij het toezicht op de naleving van de positieflijst zijn:


• •
Betreden van plaatsen. Op grond van alleen de Algemene wet bestuursrecht mag een toezichthouder alle plaatsen betreden zonder toestemming van de bewoner, behalve de woning. Maar let op! Op grond van de Wet dieren mag de toezichthouder ook de woning betreden, zonder toestemming van de bewoner. In de Wet dieren is geregeld dat voor controle op de naleving van de positieflijst de woning wel zonder toestemming van de bewoner mag worden betreden. Dat mag echter alleen nadat de burgermeester daar toestemming voor heeft verleend.
Vorderen van inlichtingen: De toezichthouder mag van een ieder inlichtingen vorderen. Dit betekent dat de toezichthouder aan iedereen vragen mag stellen en dat iedereen ook verplicht is te antwoorden. Ook als er nog geen sprake is van een vermoeden van een overtreding of misdrijf, je moet dus meewerken en antwoord geven.
Vorderen van een identiteitsbewijs
Inzage in zakelijke gegevens en bescheiden, alsmede het kopiëren daarvan en het tijdelijk meenemen van deze gegevens. Let erop dat het bij zakelijke gegevens niet alleen gaat om gegevens van bedrijven. Ook particulieren moeten op verzoek die documenten tonen die relevant zijn, bijvoorbeeld om de herkomst van een dier aan te tonen. Deze bevoegdheid gaat ook heel ver, maar de toezichthouder moet wel aangeven dat hij het redelijkerwijs nodig heeft voor het op goede wijze uitvoeren van de controle. Als er een registratieverplichting geldt, kan gevraagd worden deze te mogen inzien. Een toezichthouder mag ook een kopie vragen van de gegevens en
1
documenten. De bevoegdheid geldt verder niet alleen voor papieren documenten en gegevens. Ook gegevens in computers vallen hieronder en dus ook daarin heeft de toezichthouder inzage.
In bewaring nemen. De toezichthouder kan vorderen dat zaken, dus ook dieren, aan hem worden overgedragen door hem worden meegevoerd en opgeslagen. Hiervoor is wel een bestuursdwangbesluit nodig. Dit besluit kan in spoedeisende gevallen achteraf worden verleend.
Omdat het bij toezicht gaat om feitelijk handelen is het niet mogelijk om tegen het uitoefenen van de toezichtbevoegdheden bezwaar te maken. Dat is pas mogelijk op het moment dat op basis van de resultaten van het toezicht een besluit tot bestuurlijke handhaving is genomen. Tegen dit besluit is het wèl mogelijk om bezwaar te maken.
Bestuursrechtelijke maatregelen
Als er sprake is van inbreuken op de bepalingen van de Wet dieren kan de Minister een last onder dwangsom opleggen of bestuursdwang toepassen. Dit kan bij iedere inbreuk op de Wet dieren. Ook heeft de Minister de mogelijkheid om een bestuurlijke boete op te leggen. Dit kan slechts in een beperkt aantal gevallen.
Bestuursdwang De Minister is bevoegd om bij een inbreuk op de Wet dieren bestuursdwang toe te passen. Deze maatregel is erop gericht de rechtmatige situatie te herstellen, net als een last onder dwangsom. Bestuursdwang kan worden opgelegd op eigen initiatief van het bestuursorgaan maar ook op aanvraag van een andere belanghebbende.
Bestuursdwang houdt feitelijk in dat het bestuursorgaan de verplichting oplegt aan de overtreder om de rechtmatige situatie te herstellen. Doet de overtreder dit niet dan herstelt het bestuursorgaan de rechtmatige situatie en verhaalt het de kosten daarvan op de overtreder. Als er sprake is van een spoedeisende situatie kan het bestuursorgaan ook bestuursdwang toepassen en de kosten verhalen, zonder de overtreder eerst zelf in de gelegenheid te stellen de rechtmatige situatie te herstellen.
Zo zal bijvoorbeeld bestuursdwang kunnen worden toegepast als de houderijvoorschriften bij tabel 2- soorten van de Positieflijst niet worden nageleefd. Er kan dan bijvoorbeeld worden verplicht dat een verblijf wordt aangepast. Doet de dierhouder dat niet, dan doet het bestuursorgaan het op kosten van de houder.
Bestuursdwang kan niet alleen na de constatering van een inbreuk worden opgelegd, maar ook preventief, bijvoorbeeld om ervoor te zorgen dat een persoon iets doet of juist iets nalaat waartoe hij bij of krachtens wet verplicht is. Bestuursdwang wordt opgelegd met een beschikking. In deze beschikking moeten de volgende zaken staan:
welkvoorschriftisovertreden, daterbestuursdwangzalwordenopgelegdindiennietaandeeisenwordtvoldaan; datermaatregelenmoetenwordengetroffenomtevoorkomendatdiebestuursdwangten
uitvoer wordt gelegd,
welkemaatregelenditzijnen determijnwaarbinnenditmoetgebeuren.
Bestuursdwang mag niet onnodig zwaar zijn, de minst zware maatregel moet worden genomen. Ook moet in de beschikking staan aangegeven in hoeverre de kosten voor rekening van de overtreder komen als het bestuursorgaan de rechtmatige situatie hersteld. Als de onrechtmatige situatie gelegaliseerd kan worden, bijvoorbeeld door een ontheffing, dan moet daartoe de mogelijkheid en een redelijke termijn worden geboden.
2
Tegen een bestuursdwangbesluit kan bezwaar en beroep worden ingesteld.
Last onder dwangsom Een tweede bestuursrechtelijk instrument dat de Minister kan gebruiken om naleving van de Wet dieren te realiseren is het opleggen van een last onder dwangsom. Een last onder dwangsom kan zowel worden gebruikt om in geval van een inbreuk de rechtmatige situatie te herstellen als om een dreigende inbreuk te voorkomen.
Wanneer de overtreder de rechtmatige situatie niet herstelt of, in geval van een preventieve last onder dwangsom, toch de overtreding begaat, dan verbeurt hij de last, dus een bepaald bedrag. Dit bedrag kan per overtreding of per tijdseenheid (bijvoorbeeld een dag) worden opgelegd.
Een last onder dwangsom kan bijvoorbeeld worden opgelegd als de dierverblijven niet voldoende schoon worden gehouden. Iedere keer dat geconstateerd wordt dat de verblijven vies zijn, kan dan een last onder dwangsom, dus een geldbedrag, worden verbeurd.
Een last onder dwangsom kan nooit samen met bestuursdwang worden opgelegd. Deze vormen van herstelsancties kunnen wel na elkaar worden opgelegd.
Een last onder dwangsom kan niet zomaar worden gegeven. Hiervoor is een beschikking, dus een individueel besluit, nodig. In de beschikking moet de volgende informatie zijn opgenomen:
welkvoorschriftisovertreden; datereenlastonderdwangsomwordtopgelegd; welkemaatregelendeovertredermoetnemenomtevoorkomendatdiedwangsomverbeurd
wordt verklaard;
determijnwaarindatmoetgebeuren.
De last onder dwangsom die wordt opgelegd mag niet onnodig zwaar zijn.
Wanneer de voorschriften van de last onder dwangsom niet worden nageleefd, wordt de dwangsom verbeurd verklaard. Dat houdt in dat de overtreder de dwangsom binnen zes weken moet betalen. Het bestuursorgaan geeft dan een beschikking af waaruit blijkt dat de dwangsom wordt ingevorderd. Dit moet binnen een jaar na het verbeuren van het bedrag gebeuren.
Aangezien het bestuursorgaan een beschikking moet afgeven wanneer er invordering plaatsvindt, betekent dat tevens dat het besluit kan worden voorgelegd bij de bestuursrechter wanneer de overtreder het niet eens is met de invordering van de dwangsom.
Bestuurlijke boete In bepaalde gevallen die in de Wet dieren zijn opgesomd, kan de Minister een bestuurlijke boete opleggen. In tegenstelling tot de bestuursdwang en de last onder dwangsom is de bestuurlijke boete er niet op gericht om de rechtmatige situatie te herstellen maar gewoon om te straffen. Vooralsnog kan de bestuurlijke boete niet worden opgelegd in situaties die relevant zijn voor particuliere dierhouders. Daarom komt de bestuurlijke boete hier verder niet aan bod.
3
Spoedeisende bestuursdwang Bestuursdwang wordt normaliter opgelegd door middel van een schriftelijk besluit. In dit besluit wordt aangegeven welk voorschrift is of wordt overtreden. Dit besluit wordt toegezonden aan de overtreder en, wanneer dit niet dezelfde persoon is, de rechthebbende op het gebruik van de zaak (in casu het dier of de dieren).
In de beschikking wordt een termijn gesteld waarbinnen de belanghebbenden de tenuitvoerlegging kunnen voorkomen door zelf maatregelen te treffen. Het bestuursorgaan omschrijft de te nemen maatregelen.
Indien de situatie spoedeisend is, hoeft het bestuursorgaan geen termijn te stellen en kan direct bestuursdwang toepassen. Wel moet het bestuursorgaan het besluit zo spoedig mogelijk alsnog opstellen en toesturen.
De rechter heeft aangegeven dat in een situatie als hieronder beschreven sprake was van een spoedeisende situatie:
Indien er sprake is van een voortdurende toestand van slechte huisvesting en tekortschietende (medische) verzorging de dieren, hetgeen is vastgelegd in rapportages en processen-verbaal waarbij de houder heeft nagelaten om in deze toestand verandering te brengen, terwijl hem daartoe tweemaal de gelegenheid was geboden. Gelet hierop heeft het bestuursorgaan in redelijkheid tot de conclusie kunnen komen dat zicht op legalisatie ontbrak. De ernst van de overtreding rechtvaardigde voorts het onverwijld meevoeren van de dieren.
Indien er sprake is van dieren die zonder de vereiste documenten worden gehouden, dan kan spoedeisende bestuursdwang worden toegepast als er geen zicht is op legalisatie. Er is geen zicht op legalisatie als er geen mogelijkheid is om een ontheffing te verlenen of wanneer duidelijk is dat geen ontheffing verleend zal worden.
Voorbeelden: Iemand heeft een in gevangenschap gefokte en geboren Testudo hermanni (Griekse landschildpad) onder zich, met een EG-certificaat waaruit blijkt dat het dier gefokt is maar het was voor eenmalige overdracht aan een ander. Er kan een bezitsontheffing worden aangevraagd om dit gebrek te herstellen dus is er geen ruimte voor spoedeisende bestuursdwang (het wegvoeren van het dier).
Een gewone persoon (geen opvang) heeft een aan de natuur onttrokken vos (Vulpes vulpes) onder zich. Voor dit dier kan een bezitsontheffing worden verleend maar omdat duidelijk is dat een dergelijke ontheffing niet verleend zal worden, is er ruimte voor spoedeisende bestuursdwang (wegvoeren van het dier).
Tot slot
In gevallen waarin er handhavend wordt opgetreden, kan de dierhouder (via de organisatie waarvan hij lid is) contact op nemen met het secretariaat PVH. We zullen dan in overleg met onze juriste nagaan welke stappen in dat specifieke geval kunnen en moeten worden genomen.
Namens de
SectorOrganisatie PVH Ir. Ed.J.Gubbels Secretaris PVH www.huisdieren.nu